Topmenu

Annamarie en Gonneke vertellen over “Ben ik tevreden?”

Ben je tevreden? Een goeie vraag, maar wanneer krijg je daar een goed antwoord op? Het gaat over zoveel dingen tegelijk. Over je leven, wonen, werken gezondheid… of je gelukkig bent? Dat past niet in een vragenlijstje en toch… toch is tevredenheid een belangrijke graadmeter voor een goed leven. Hoe ondersteun je daar iemand bij? Ons Tweede Thuis is dit jaar aan de slag gegaan met een nieuwe methode, de BIT: Ben ik Tevreden. 

De praktijk: Gonneke Jung en Annamarie Bulters, cliënt en begeleider

Annamarie: “Ik wil weten hoe Gonneke zich voelt maar de vraag is veel te abstract dus ik ga met haar in gesprek over haar dagelijks leven.”

Gonneke: “Ik krijg een nieuwe rolstoel. Die wordt van mezelf. De vorige was van de gemeente en die was oud. Hij moest weg en daar werd ik zenuwachtig van. Nu weet ik dat er een nieuwe komt die op maat gemaakt wordt voor mij. Goed hè. Nu ben ik niet meer zenuwachtig.”

Annamarie: “En ja, waar wordt ze gelukkig van? We hebben het bijvoorbeeld over de mensen die haar nabij zijn.”

Gonneke: “Ik heb een lieve zus en zwager, ik ben gelukkig. Ik kan goed praten met de begeleiding, maar ze moeten geen rare grapjes maken. Laatst zei er een dat ze me zo lief vond dat ze me in een doosje naar huis wilde nemen. Dat begrijp ik niet. Ik pas niet in een doosje, zeker niet met m’n nieuwe rolstoel, haha.”

Annamarie: “Om in te gaan op haar persoonlijke ontwikkeling hebben we het gehad over haar dagbesteding, wat doet ze graag?” 

Gonneke: “Ik heb vrijdag kantoordag dat vind ik heel leuk. Dan doe ik klusjes voor het kantoor van mijn huis. Op die dag wil ik nooit iets anders doen.”

Van grote betekenis

Annamarie: “Zo maar een voorbeeld van gesprekken die ik met Gonneke heb. Dat kantoordagje bijvoorbeeld is van grote betekenis. Daaraan zie je dat haar welzijn in grote mate beïnvloed wordt door zaken die er op het eerste gezicht misschien niet zo toe doen. Onzekerheid is wel een goed zichtbare factor. De verandering van rolstoel bijvoorbeeld of de grapjes waar ze het over heeft. Door allerlei gesprekjes kom je achter de details die haar welzijn verstoren. Bijvoorbeeld dat iemand zomaar haar rolstoel naar de voordeur duwt omdat de taxi er aankomt. Nee… eerst voor de rolstoel gaan staan, zodat Gonneke je ziet, en vertellen dat je haar naar de voordeur gaat rijden. Oh ja, en graag een kwartier van tevoren aankondigen dat de taxi er aankomt. Op zich een kleine moeite, maar extreem belangrijk voor haar. 

De theorie: Raisa Bax, 
ECD-nazorgteam en lid projectgroep BIT

Met de BIT breng je in kaart hoe tevreden de cliënt is. Dat doe je vanuit het perspectief van de cliënt. De nadruk ligt daarom op de dialoog waarbij de normen en waarden van de cliënt leidend zijn. Het is geen afvinklijstje maar een dialoog over: hoe leef ik gezond, hoe voel ik mij, wat wil ik leren, wat beslis ik zelf, welke mensen ken ik. En bijvoorbeeld ook: waar hoor ik bij, wie helpt mij, wat is van mij, wat mag ik doen en wat moet ik doen? De BIT geeft handvatten en voorbeelden om een open gesprek met een cliënt aan te gaan. Uit die gesprekken komen doelen naar voren voor het cliëntplan. 

BIT als leidraad

Tot zover een korte beschrijving waarbij je je kan afvragen: deden we dat niet al? Het antwoord is natuurlijk: ja. Maar, met de BIT als leidraad willen we dichter bij de cliënt komen. We willen een dialoog waarin de regie veel meer bij de cliënt ligt. Een gesprek dat niet altijd een vooraf bedachte uitkomst heeft. Zo’n vorm moet je oefenen, want hoe vaak vul je niet zaken voor mensen in. Daarom is een aantal collega’s getraind in de methode. Zij gaan op hun beurt hun eigen collega’s trainen zodat de BIT zich als een olievlek over de organisatie verspreidt. Ik zit zelf in de projectgroep namens het elektronisch cliëntendossier (ECD). Belangrijk, omdat de doelen in het cliëntplan deels voortkomen uit de BIT.

Waarom de BIT: Dieuwke Kluvers, gedragsdeskundige 

“‘De begeleiding krijgt toch altijd gelijk, daarom zeg ik maar wat ze willen dat ik zeg. Misschien een beetje een boude uitspraak,” zegt Dieuwke. “Ik zeg het omdat bij de BIT de cliënt uitgangspunt is, dus zijn normen en zijn waarden. Je rol als begeleider is om dat te vertalen naar een werkbare situatie. Grootste valkuil daarbij zijn je eigen normen en waarden. Je moet dus een hoge mate van zelfinzicht hebben voor een zuivere afweging bij het formuleren van de doelen van de cliënt.

Recht op een eigen mening

Neem nou het eten. Zoveel mensen, zoveel meningen. Vaak wordt er een gezondheidsideaal neergezet dat bijna onontkoombaar gekleurd is door je eigen visie daarop. Dat ideaal raakt bijna het hele leven: je gezondheid zowel lichamelijk als psychisch en het recht om je eigen keuzes te maken… kortom een belangrijk gespreksonderwerp. Maar wat vindt je cliënt? Pizza, patat, pindakaas? Keur je het af of is het misschien toch in te passen? Hoeveel moet je afvallen, hoeveel moet je sporten? Wees je bewust van je eigen gezondheidsideaal én van het feit dat je cliënt recht heeft op een eigen ideaal en een eigen mening. Het is een uitdaging om daar goed mee om te gaan.

Terloops aan de orde

Om dingen bespreekbaar te maken kan je ook op een andere manier met de cliënt in gesprek gaan. Minder formeel, want om alleen maar zaken tijdens een wekelijks individueel begeleidingsmoment te bespreken is eigenlijk een beetje raar. Soms heb je tijdens het koken, de afwas of een wandeling een veel beter en open gesprek dan in zo’n formeel moment. Veel dingen die het leven van de cliënt bepalen, komen terloops aan de orde. Zo’n gesprek met open vragen kan ook nog alle kanten opgaan en hoeft niet te eindigen in een vooraf bedacht doel. Op deze manier krijg je steeds beter een beeld van de ervaringen van de cliënt, waar hij mee door wil gaan en waar hij wat aan wil gaan doen. Ik geloof dat de BIT goed kan helpen om erachter te komen wat belangrijk is voor de cliënt en dus echt iets aan zijn of haar leven kan toevoegen.” 

Comments are closed.