Topmenu

Even wat hulp bij de opvoeding

“Wil je iets drinken?”, vraagt Janice aan haar dochter Tess en zij ondersteunt haar vraag met gebaren. Zij volgt nu een gebarencursus, haar aangeraden door ambulant begeleider, Denise. Hulp bij de opvoeding, dat is wat Denise geeft en Janice is er erg blij mee.

Tess (vier jaar) blijkt een achterstand in haar ontwikkeling te hebben en een chromosomenafwijking. “Dat zij nu loopt, dat hadden we niet meer durven hopen”, vertelt Janice. “Denise heeft ons erg geholpen met tips maar vooral met haar luisterend oor. Elke keer dat ze hier was, kwam de tissuedoos wel op tafel. We hebben wat afgehuild. De kinderarts raadde aan om Tess naar kinderdienstencentrum De Lotusbloem te brengen. We zijn daar gaan kijken maar dachten direct ‘hier hoort Tess niet thuis’. Omdat een regulier dagverblijf haar toch niet voldoende begeleiding kon bieden, ging ze uiteindelijk toch naar De Lotusbloem en zij, maar wij ook, is nu helemaal gewend. In het begin was het erg emotioneel, het is toch je kleine meisje dat je achterlaat. Nu is het fijn als we binnenkomen.”

Luisterend oor

Hulp bij de opvoeding, praktische pedagogische gezinsbegeleiding zoals het officieel heet, is voor Janice en haar man Peter erg belangrijk geweest. “Denise was er voor ons”, vertelt Janice, “Tess had veel boze buien. Ze stond in haar bedje midden in de nacht een boel lawaai te maken, ze beet het bed kapot en wij wisten niets te doen. Eten was een groot probleem. Ze wil niets aanpakken. Een drinkbeker pakt ze zelf van tafel maar als je hem aan haar geeft wil ze hem niet. Waarom wil ze dat niet? We weten het niet, maar we weten nu wel beter hoe we met haar om kunnen gaan en hoe we contact met haar kunnen maken. Ze is nu vier dus we leren haar ook beter kennen. We zijn Denise erg dankbaar voor haar luisterend oor en voor alle adviezen.”

Praktische adviezen

Hulp bij de opvoeding, kinderen met beperkingDenise merkt op dat ouders ondersteunen in het acceptatieproces een belangrijk onderdeel is van haar werk: “Hoe ouders in het hele proces staan en werken aan hun hulpvraag is zo belangrijk. We sluiten altijd aan bij de ouders. Wat maakt dat je niet verder komt? Wat hebben ouders al geprobeerd? We kijken wie in het eigen netwerk kan helpen, maar hulp vragen is vaak moeilijk. We stemmen ook met andere hulpverleners of instanties af over de aanpak en begeleiding (natuurlijk na toestemming van de ouders). Bijvoorbeeld om een eetprobleem overal op dezelfde manier aan te pakken. Verder werken we heel praktisch aan problemen die ouders ondervinden of aan opvoedvragen van ouders. We hebben bijvoorbeeld een keer tijdens het eten gefilmd. Die beelden bekijken we daarna met elkaar: wat doet een kind en hoe reageert het kind op de ouders en op de omgeving en hoe reageren de ouders? Dat is vaak confronterend maar heel leerzaam. Een andere manier van praktisch bezig zijn is door samen met ouders te kijken naar wat het kind kan (bijvoorbeeld via de lijst van het ‘kleine stapjes’-programma), hoe het kind zich ontwikkelt bijvoorbeeld in spel of sociale vaardigheden. We kijken altijd naar het hele gezin. Tess pakte speelgoed af van Nick, haar broer. We hebben met de ouders besproken hoe zij daarmee om kunnen gaan.
Soms helpt het ook om de taken tussen ouders anders te verdelen. We hebben in onze begeleiding eerst een observatieperiode, na die periode formuleren we met elkaar werkpunten. Als ouders weer zelf verder kunnen, bouwen we de begeleiding af. Je ziet vaak dat ouders na een periode weer terugkomen, bijvoorbeeld als een kind in de puberteit komt.”

Gebarentaal

Nick laat zien welk spelletje hij graag doet met Tess: “Tess, ga je me vangen? Ik ga me verstoppen.” Tess maakt het gebaar van ‘waar is hij nou’ en gaat hem zoeken. Janice vertelt dat zij op advies van Denise een gebarencursus is gaan volgen: “Dat is heel goed. Ik was bang dat Tess niet zou gaan praten als ik in gebaren met haar zou communiceren maar nu helpt het heel erg om haar te begrijpen. Dat soort praktische tips is ook erg fijn. Net als bij het eten. Ze moest van mij eten maar het ging niet. Nu ben ik daar veel makkelijker in. Ze mag zelf eten met haar handen of met een vork. We zitten met z’n vieren aan tafel en om de beurt zitten mijn man en ik bij haar. We negeren haar meer waardoor de sfeer aan tafel veel meer ontspannen is. Dat soort dingen bespreken we steeds met Denise. De boze buien van Tess zijn nu minder, gelukkig. Verder is zij een heerlijk vrolijk kind en zo met de lente voor de deur, gaan we weer de goede kant uit. Lekker met elkaar naar buiten, fietsen, wandelen, naar het bos of naar het strand.”

Dit verhaal valt onder de volgende tag(s):

Comments are closed.