Topmenu

Uitgebreid dagprogramma met therapie

Tamzin McBride is de dochter van Jenny Ploeg. Tamzin was anderhalf jaar oud toen bij De Zevenster kwam. Voor haar moeder, een alleenstaande werkende vrouw, is deze vorm van opvang erg belangrijk, maar kan je de zorg voor je gehandicapte en kwetsbare kind zomaar aan iemand anders overlaten?

Overtuigd

“Dat heb ik inderdaad niet zomaar gedaan” zegt Jenny. “Ik was op zoek naar opvang voor Tamzin want de combinatie van net gescheiden, de zorg voor haar en een baan om in ons levensonderhoud te voorzien, dat ging echt niet. Tamzin is zo gehandicapt dat ze constant zorg nodig heeft. Ze is volledig afhankelijk van verzorging en kan niets alleen. Ik moest dus wel een oplossing verzinnen. De eerste keer dat ik bij De Zevenster kwam was voor een intakegesprek. Ik zag een prettig gebouw en goed opgeleid personeel dat wist waar ze mee bezig was. Ik ben daar toen de hele dag geweest. Natuurlijk om mezelf te overtuigen, maar ook om te kijken of Tamzin een beetje op haar gemak was. De keuze om de hele dag te blijven of niet werd op deze manier echt bij ons gelegd, het ging eigenlijk allemaal heel voorzichtig. Wat me de volgende dagen opviel was dat ze Tamzin meteen accepteerden. Ik had daarvoor het idee dat kinderen met een handicap min of meer werden opgeborgen in zo’n centrum. Dat was helemaal niet het geval, er bleek een uitgebreid dagprogramma te zijn inclusief verschillende vormen van therapie. Zo krijgt Tamzin nu twee keer per week fysiotherapie, één keer per week logopedie en elke week gaat ze wel een keer zwemmen.

Betrokken

Ik bleef ook betrokken bij de zorg op het KDC. Nog steeds wordt het dagprogramma met mij doorgenomen, Ik heb een kopie daarvan thuis hangen. Als ik zie dat Tamzin moe is of niet lekker in haar vel zit, dan bespreek ik dat met de begeleiding. Samen kijken we wat Tamzin die dag aankan en zo nodig wordt haar programma aangepast. Dat is overigens wederzijds. De begeleiding houdt in haar schriftje bij hoe de dag verlopen is zodat ik dat ’s avonds ook weet. Elke zes maanden heb ik een gesprek met de begeleiding over haar persoonlijk ondersteuningsplan (POP). We kijken hoe het de afgelopen maanden is gegaan en hoe we de komende tijd verder zullen gaan.

Nieuwe dingen

Ze proberen Tamzin altijd weer nieuwe dingen te leren. Nu bijvoorbeeld het ‘aanprikken’ van brood. We zijn daar net mee begonnen. Ik zie nog geen echt resultaat, maar het is een leuk initiatief en een goed voorbeeld dat ze echt voor haar open staan en verder denken dan ik in mijn eentje doe. Op De Zevenster zit Tamzin in een groep met tien kinderen en drie begeleiders. Dat is best wel een grote groep, maar één van de begeleiders is haar persoonlijk begeleider en daar heb ik het meest contact mee. Ondertussen ken ik de rest goed, zelfs de invalkrachten. Dat zijn ook bijna altijd dezelfden zodat er echt continuiteit is. Dat is goed voor Tamzin en dat is goed voor mij.

Afhankelijk

Doordat ik werk ben ik voor de zorg overdag afhankelijk van het kinderdagcentrum. Dat gaat gelukkig goed. Ik kan gebruik maken van de voor- en naschoolse opvang van het KDC zodat ik op tijd op mijn werk kan zijn. Als Tamzin ziek wordt gedurende de dag, bellen ze niet om te zeggen, haal haar maar op, maar verzorgen ze haar. Als er iets is wat ze niet vertrouwen, bellen ze mij voor overleg. Er wordt echt goed op haar gelet. En als ik zelf ergens ongerust over ben, kan ik altijd even langs komen om het te bespreken.

Als ouder word je sowieso veel betrokken bij het KDC. Er zijn ouderavonden met thema’s bijvoorbeeld over de diverse vormen van ambulante dienstverlening (hulp thuis). Dat is ook weer zo’n moment dat je andere ouders ziet en ervaringen kan uitwisselen. Verder is eenmaal per maand het zwembad open voor ouders om met hun kinderen te komen zwemmen. Er zijn broertjesenzusjesdagen, een zomerfeest… kortom, je komt elkaar vaak tegen.

Gelukkig

Na al die jaren heb ik nog steeds het gevoel dat Tamzin gelukkig is op het KDC. Als we de straat inrijden begint ze al te lachen. Ze maakt er lange dagen. Van acht uur ’s ochtends tot vijf uur ’s middags maar ik heb nooit het idee dat het niet gaat of niet lukt. Voor mij betekent het heel veel. Ze heeft daar een veilige plek waar ze gelukkig is. Ik laat haar daar met een gerust hart achter. Als ik haar ’s middags weer ophaal zie ik, en weet ik dat ik daar niet verkeerd aan doe.”

Eerder verschenen in Ons Tweede Thuis Magazine

Dit verhaal valt onder de volgende tag(s):

Comments are closed.