Topmenu

Kinderen met autisme


Ons Tweede Thuis is specialist voor kinderen met autisme. Dat geldt voor onze kinderdienstencentra maar ook voor onze ambulante ondersteuning. Wij ondersteunen jou en je gezin als je een kind hebt met autisme of met een verstandelijke beperking met autisme.

Kinderdienstencentrum specialist voor kinderen met autisme

De kinderdienstencentra van Ons Tweede Thuis zijn gespecialiseerd in de behandeling van kinderen met een verstandelijke of meervoudige beperking van 0-18 jaar. Ook als je kind autisme heeft. Begeleidster Esmée van Helvoort en locatiemanager Maria Hoekstra vertellen hoe zij op De Lotusbloem omgaan met kinderen met een verstandelijke beperking én autisme.

“Elk kind is natuurlijk weer anders en een kind is niet autistisch, maar heeft een stoornis in het autismespectrum. De invloed van deze stoornis op het kind verschilt per kind. Bij onze kinderen zie je vaak dwanghandelingen door hun autisme. Zij hebben een enorme dwang om iets op een bepaalde manier te doen of de situatie kloppend te maken naar hun idee. Een paar voorbeelden: alle keukenkastjes moeten op slot, iedereen moet zijn beker leegdrinken, de bekers moeten op een bepaalde manier in de kast staan. Die dwang is heel sterk en door hun verstandelijke beperking is het moeilijk om uit te leggen dat die handeling niet nodig is. We zoeken steeds naar een balans tussen het accepteren van de handeling en het gedrag in andere banen leiden. Soms kunnen we de dwanghandeling voorkomen door bijvoorbeeld de kastdeurtjes van tevoren op slot te doen. Aan de andere kant willen we ook dat kinderen met autisme wat flexibel leren zijn en voldoen aan eisen die door de volwassene en de maatschappij gesteld worden. We kijken altijd of een kind met autisme zelf last heeft van zijn dwanghandeling en in hoeverre het invloed heeft op de omgeving.

Duidelijkheid

Dwanghandelingen hebben een functie, aan ons de kunst om te snappen wat er aan de hand is. De handeling kan het kind met autisme veiligheid bieden; een manier om rust voor zichzelf te creëren. Het kind houdt de regie door eigen handelingen in te zetten. Begeleiding signaleert wat de onrust veroorzaakt, om ervoor te zorgen dat de dwanghandeling kan worden voorkomen. Deze kinderen zullen altijd hulp van een volwassene nodig hebben om te kijken wat belangrijk is en dit vervolgens te realiseren.

Doe wat je zegt

Veel mensen hebben het idee dat een kind met autisme vaste structuren nodig heeft. Onze visie is dat een kind duidelijkheid nodig heeft. Geef aan als er iets verandert in de structuur van de dag. Het is belangrijk dat een kind met autisme duidelijkheid heeft door een vast dagprogramma, maar het is ook belangrijk dat een kind leert daarvan af te kunnen wijken. Als begeleider zeggen wat je doet, en doen wat je zegt: ‘We gaan nu afwassen’ betekent dat je ook meteen gaat afwassen en niet eerst nog een kopje thee gaat drinken.

Hulpmiddelen

Iedere groep heeft een foto/pictogrammenbord met daarop het dagprogramma en foto’s van kinderen en medewerkers die er die dag zijn. Bij de Bevers (de groep van begeleidster Esmée) hangt onder de foto van het kind een picto die laat zien wat het weektaakje voor dat kind is. Dit geeft duidelijkheid. Een voorbeeld van onduidelijkheid: een kind met autisme reageerde een keer heftig toen een medewerker iets eerder wegging. De foto van die medewerker hing nog op het fotobord. Pas toen die foto weg was, was de situatie weer duidelijk en werd het kind weer rustig. Een TimeTimer waarop een kind kan zien hoeveel tijd het nog heeft, geeft ook duidelijkheid. Een Time Timer is een soort kookwekker. Een kwartier kleurt bijvoorbeeld een kwart deel van de klok rood. Naarmate het rode vlak kleiner wordt, komt het einde van de activiteit dichterbij. Een ander middel om een situatie voor een kind te verhelderen is het ‘inpuzzelen’ van een voorwerp. Bijvoorbeeld een blokje in een bakje stoppen bij afloop van een activiteit. Steeds als het kind deze handeling doet, weet het: dit is nu klaar. Dit kan een kind met autisme helpen om te schakelen naar een volgende activiteit of te schakelen van een dwanghandeling of boze bui naar een volgende activiteit.

Emoties

Voor kinderen met autisme zijn emoties moeilijk te begrijpen en sociale situaties zijn daardoor lastig. De verstandelijke beperking maakt het moeilijk om een situatie uit te leggen. Bij de Bevers behandelen we daarom de basisemoties: blij, boos, verdriet en angst. We gebruiken hiervoor tekeningen, foto’s, liedjes, maskers, pictogrammen of emotie-poppen en leren de kinderen bijvoorbeeld hoe verdriet eruit ziet en wat je dan kunt doen. De kinderen zullen vaak niet begrijpen waarom iemand huilt , maar ze kunnen wel leren wat je dan kunt doen. Om sociale vaardigheden te oefenen, doen we bijvoorbeeld spelletjes met elkaar aan tafel, zo oefenen we beurt nemen, samenspelen en helpen. We zien ook dat kinderen met autisme leren van de dagelijkse structuren en van de herhaling van activiteiten. Waar wij wel alert op moeten zijn is dat het soms kan lijken alsof het kind met autisme een situatie begrijpt, maar het kan zijn dat het alleen de aangeleerde handelingen uitvoert.

Methoden

Op het KDC gebruiken we verschillende methodes zoals, TEACHH (in-trainen van werkjes aan tafel) ‘Totale communicatie’ en PECS voor de communicatie of de Heijkoop-methode om gedrag beter te begrijpen. We kijken samen met ouders videobeelden terug van korte situaties. Dit levert vaak nieuwe informatie op. Ook vragen we wel eens advies van het Adviespunt van Ons Tweede Thuis. De behandeling van kinderen met autisme staat volop in de belangstelling. Er komen regelmatig nieuwe behandelmethodes uit. Wij zorgen dat we op de hoogte zijn van de ontwikkelingen en we kijken naar wat voor onze kinderen passende methodes zijn en of we die kunnen integreren in het behandelaanbod.

Samenwerking met ouders van kind met autisme

We werken nauw samen met ouders. Op het KDC laten kinderen soms andere of meer dwanghandelingen zien dan thuis en andersom. We gaan samen met ouders in gesprek om hier meer duidelijkheid over te krijgen. De situatie van het KDC is heel anders dan thuis en een kind heeft op beide plekken eigen structuren. In gesprek met ouders kunnen we elkaar tips geven om de opvoeding/begeleiding zo vorm te geven dat het kind lekker in zijn vel zit en zich verder kan ontwikkelen. We willen ook graag dat ouders en eventuele broertjes en zusjes lekker in hun vel zitten. In de praktijk wordt de thuissituatie soms zo erg bepaald door het gedrag of de behoeften van het kind, dat dit invloed heeft op alle gezinsleden. Ouders wringen zich regelmatig in bochten om de situatie voor het kind goed te organiseren. Hun eigen huis en sociale leven wordt soms drastisch aangepast. Ons Tweede Thuis biedt graag hulp, bijvoorbeeld thuisondersteuning om ouders thuis te ontlasten of hulp bij de opvoeding om ouders juist te sterken in hun pedagogische vaardigheden. Alle kinderen op het kinderdienstencentrum hebben hun eigen karakter, autisme of niet, met hun eigen aardigheden. Wij leren veel van onze kinderen en hun ouders en kunnen met onze kennis en vanuit onze betrokkenheid een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van deze kinderen met autisme.”