Topmenu

Methodieken


LACCS

Voor cliënten met een ernstige verstandelijke beperking of meervoudige beperking (EMB) werken we volgende de LACCS methode. De letters van LACCS staan voor

  • Lichaam
  • Alertheid
  • Contact
  • Communicatie
  • Stimulatie

Een goed leven betekent dat het goed gaat op deze vijf LACCS-gebieden.
LACCS geeft handvatten om te kijken op welk niveau iemand de wereld om zich heen ervaart. Als begeleider kun je je aanpassen aan dit niveau van de cliënt.
De drie niveau’s bij LACCS zijn:

  • sensatiefase: je ervaart iets met je zintuigen zonder verdere gedachten of verwachtingen, helemaal in het moment zelf
  • klikfase: je ervaart iets en associeert dat met iets anders, je hebt verwachtingen bij ervaringen, je kent gewoonten
  • begrijpfase: je kunt begrijpen waarom iets op een bepaalde manier gebeurt, je kunt nadenken over situaties en je gedrag aanpassen. 

www.degeeterenmunsterman.nl.

Urlings

Bij de begeleiding van ouderen gebruiken we de methode Urlings, voluit: ‘Respectvol en methodisch begeleiden van oudere en dementerende mensen met een verstandelijke beperking’. De methode geeft handvatten hoe je mensen kunt begeleiden bij het ouder worden. De methodiek van der Linden-Urlings  kun je gebruiken om de oorzaak te achterhalen van probleemgedrag bij ouder wordende cliënten. Als je begrijpt waarom iemand bepaald gedrag laat zien, kun je die persoon beter begeleiden.

Geef me de Vijf

Voor mensen met autisme werken we volgens de methode Geef me de Vijf van Colette de Bruin. De methode heeft vijf pijlers: autisme begrijpen, positief contact maken, basisrust creëren, problemen oplossen en ontwikkeling bevorderen. Mensen met autisme hebben moeite om de samenhang te zien tussen wat zij allemaal waarnemen. Het zijn meer losse puzzelstukjes voor hen. De hoekstukken van de puzzel bestaan uit: hoe, wat, waar, wanneer en wie. Deze bieden houvast bij activiteiten.

Hooi op je Vork

Hooi op je vork is er voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Zij hebben zelf meegewerkt aan de totstandkoming van de methode. De methode helpt hen om grip en regie te krijgen op hun leven met het hersenletsel en een plezierige en zinvolle invulling aan het leven te geven. Hooi op je vork helpt om met elkaar in gesprek te komen, zaken op een rij te zetten en stappen in de gewenste richting te zetten.

Totale communicatie

We brengen in kaart hoe iemand communiceert met de wereld om hem heen. We kijken welke middelen kunnen helpen bij de communicatie: spraak, gebaren, voorwerpen, tekeningen, pictogrammen, mimiek, expressie en lichaamshouding. Voor iedere cliënt zoeken we naar methodes waarmee iemand zelf kan communiceren en zich kan uiten. Ook begeleiders gebruiken deze hulpmiddelen in de communicatie met de cliënt.

Sensorische Informatieverwerking

We brengen in kaart hoe iemand reageert op zintuiglijke prikkels: sensorische informatieverwerking noemen we dat. Soms komen prikkels te hard of te zacht binnen, is een cliënt bijvoorbeeld overgevoelig voor dagelijkse dingen als tanden poetsen of wassen. We leren iemand om prikkels uit zijn omgeving te verwerken en om informatie die de zintuigen opdoen, te doseren. Een rusteloos kind bieden we bijvoorbeeld rust door middel van een verzwaringsvest dat druk geeft, en door middel van aanraking.

Ervaar het maar

We stimuleren dat mensen met een verstandelijke en lichamelijke beperking zelf ervaringen opdoen op het gebied van motoriek, zintuigen en communicatie. Dat doen we aan de hand van concrete thema’s: lichaam en verzorging, eten en drinken, lente en dieren, zomer, zand en water, herfst, winter en kerst. In de herfst laten we cliënten bijvoorbeeld kastanjes voelen, over en weer rollen of tellen, afhankelijk van wat een cliënt kan.

Kleine stapjes

We proberen de ontwikkeling van een kind met kleine stapjes vooruit te helpen. Het gaat bij deze methode om kinderen met een ontwikkelingsleeftijd tot vier jaar. Kleine stapjes kunnen zijn een legpuzzel met negen stukjes maken, leren trap lopen, zelf broodbeleg aanwijzen, het gebaar herkennen voor “koekje”, over een drempel stappen of het gericht slaan naar objecten aan een mobile.

Contact gericht spelen en leren (CSL)

Als begeleiders zijn we ons bewust van ons eigen gedrag: hoe maken we contact met een kind met autisme en/of een verstandelijke beperking. Hoe kunnen we ons gedrag veranderen zodat het contact verbetert en het kind kan gaan leren. Spel helpt om contact te maken en helpt een kind om te leren. De methode geeft handvatten om in het spel bij het kind aan te sluiten en over leren in kleine stapjes.

Triple C – nog in proeffase op aantal locaties

We hebben vooral effect van Triple C gezien bij cliënten met moeilijk verstaanbaar gedrag. Triple C gaat om het herstel van het gewone leven. Nadruk ligt op de mogelijkheden van mensen. Het moeilijk verstaanbaar gedrag zien we als het topje van de ijsberg. Onder dit gedrag liggen behoeftes en daar willen we naar kijken. Triple C staat voor cliënt, coach en competentie.

Cliënten ervaren het gewone leven, doordat we:
•uitgaan van hun menselijke behoeften;
•een onvoorwaardelijke ondersteuningsrelatie met hen aangaan (relatieopbouw);
•samen werken aan betekenisvolle daginvulling (competentieopbouw);
•anders kijken naar probleemgedrag en de onderliggende oorzaken aanpakken.

Triple C bevat elementen uit de leertheorie en gehechtheidstheorie.

 

Op eigen benen – nog in proeffase op aantal locaties

Deze methode is er voor cliënten met een lichte tot matige verstandelijke beperking. Op eigen benen helpt mensen om zelfstandiger te worden en hun plek in de samenleving in te nemen. Cliënten krijgen zelf veel ruimte om na te denken over oplossingen voor hun vragen. Op eigen benen geeft begeleiders handvatten om de cliënten te helpen zelf oplossingen te vinden.